| Artists |
|
Anthony B moet zowat ‘the hardest working man’ in the reggaebusiness zijn en de beste liveperformer. Niemand heeft ooit een show van hem gezien die niet zo strak staat als een elastiek waar een baksteen aanhangt. Deze boboyouth rammelde van bij het begin van zijn carrièrre direct stevig aan de kooi. Zijn ‘Fire Pon Rome’ is een raak gemikte aanklacht tegen het politieke establishment en wordt al snel van de radiostations gebannen. Nogal wiedes, zijn grote voorbeeld Peter Tosh nam ook geen blad voor de mond. Maar net daarom drukt de reggaemassive hem meteen aan de borst. Zijn sterke CD’s: ‘Real Revolutionary’, ‘Struggle’ en ‘Seven Seals’ tesamen met zijn vlammende shows doen de rest en maken hem tot een van de hoofdspelers van de hedendaagse reggae. De singjayende B is on a mission om ons wijzer te maken en ons te wapenen tegen de bullshit spuiende powers that be, maar hij doet dat vooral retespannend en uiterst dansbaar. Dat is: “Having your cake and eating it.” Met Lee “Scratch” Perry heeft Jah definitief de mal gebroken. Hij is een brok reggaegeschiedenis van jewelste, van zijn dagen als talentscout bij Studio1 tot zijn nieuwe projecten met de White Belly Rats. In het midden van de jaren zeventig opent hij zijn eigen Black Ark studio en zijn creativiteit schiet in een baan rond de aarde. Zijn hoofd zou, zoals uitvoerig beschreven, even later volgen. Zijn oeuvre als producer is onschatbaar : ‘War inna Babylo’n van Max Romeo, ‘Fisherman’ van The Congos, ‘Police & Thieves’ van Junior Murvin, en zo kunnen we nog wel en tijdje doorgaan ... Ondertussen zet hij Bob Marley op het goede spoor en voorziet hij ons van een essentieel hoofdstuk in de geschiedenis van de Dub. Wat hij in die drukkoker van creativiteit ‘Black Ark’ presteert, is dan ook niet van deze aarde. Zeker als je weet dat hij dat deed met een viersporen recorder en zonder de moderne technische hulpmiddelen. Wat opvalt is dat de Black Ark producties, alhoewel er kwistig wordt experimenteert, steeds een straffe melodie hebben. The Upsetter, één van zijn vele bijnamen, blinkt zelf vooral uit in tegendraadsheid en balorigheid en dient dat zelf liefst op met een gezinsportie humor. Verwacht een spacy show met orakelende Lee Scratch Perry. Adrian ‘On U Sound’ Sherwood doet de mix. Cocoa Tea aka sweet sweet Cocoa Tea is een nederige rastaman die ons ook al weer twintig jaar verblijdt met prachtige songs, zinnige teksten en zang om de vingers bij af te likken. Werd hij vroeger een dancehallzanger genoemd vanwege zijn hits ‘Lost My Sonia’ en ‘Rocking Dolly’, dan profileert hij zich nu meer als rootszanger. Vooral zijn ‘No Blood For Oil’ en ‘Oil Thing’, aanklachten tegen de eerste golfoorlog, raken een gevoelige snaar en de lange tenen van de Jamaicaanse en Britse censuurcommissies, want die slaan het in de ban. Op vraag van grote broer Amerika? Maar twintig jaar later blijken net die songs weer brandend actueel te zijn. Cocoa Tea, zo genoemd naar zijn favoriete drankje, pende de laatste jaren voor verscheidene producers: klasbakken zoals Israëls King. Een van zijn grootste hits: ‘Good Life’ zou het mondiale volkslied van de vrouwen kunnen worden. Heerlijk tegengif tegen het machogebral van sommige collega’s. Zijn laatste smash was een ode aan Barack Obama. Dat Tea een solied repertoire heeft blijkt vooral tijdens zijn ‘all killer, no filler’ shows. Turbulence zit in het vaarwater van Anthony B. Hij is een singjay met een alle kanten opstuiterende energie. En zo klinkt zijn muziek ook, want hij dipt zijn geëngageerde chants en raps in HipHop en Rn’B invloeden. Hij wordt al snel getipt als de nieuwe ster. Turbulence is a Bobodread en gaat tekeer met een schroeiende intensiteit. Dit is reggae nieuwe stijl. Verwacht geen relaxte show, maar een ruwe en rauwe rit die steeds abrupt van richting verandert. Turbulence is ook een bezig baasje, in amper zes jaar maakte hij 20 CD’s. Meest bekend is zijn ‘Notorius’. We are not going to beat around the bush: Don Carlos, afkomstig uit het Waterhouse district in Kingston, waar het bulkt van het zangtalent, start als leadzanger bij Black Uhuru, maar zal ter vreugde van de reggaeliefhebber al snel solo gaan. Zijn eerste - Suffering - is een ware rootsparel. Hij is de koning van de typische Jamaicaanse onderkoeldheid. De ‘less is more’-attitude. Hij pent prachtige songs die laveren tussen roots en rub a dub, tussen lovesongs en rasta gerelateerde songs. Druk hem allen aan de borst, want misschien is hij wel één van de laaste vertegenwoordigers van de originele rasta vibe. Mooi hoe hij nooit een hamer gebruikt om zijn boodschap er in te rammen en zijn lovesongs niet in siroop drenkt. Jus’ Cool zoals ze op het thuisland zeggen. Van ‘89 tot ‘94 zou hij op vraag van Uhuru baas Duckie Simpson trouwens terugkeren naar Black Uhuru. Essentieel werk van hem zijn: ‘Them Never Know a Natty Dread Have Credential’ en ‘Just a Passing Glance’. Hij treedt aan met de Dub Vision Band die uitermate geknipt is om dat alles met een dubby geluid te onderpinnen. African Head Charge is het brainchild van de Ghanese meesterpercussionist Bonjo I en Adrian ‘On U Sound’ Sherwood. Hun eeste CD werd opgenomen bij On U Sound - waar ze lang hof houden - noemen ze ‘My Life in a Hole in the Ground’, een beetje een sarcastische sneer naar het David Byrne en Brian Eno experiment ‘My Life in the Bush of Ghosts’. De AHC-muziek is al even experimenteel, hondsmoeilijk te definiëren en met niets te vergelijken. Laat dat een compliment zijn. Ze is een lust voor de avontuurlijke mens die weg wil van de geijkte patronen. Ze bestaat uit een breed palet van invloeden. Nyabinghi (de traditionele rastadrumming) en Afrikaanse ritmes sijpelen door, maar ook dub en zelfs elektronische, post-punkgeluiden zijn nooit ver weg. De opzwepende percussie en de chants geeft het een sjamanitische intensiteit. African Head Charge wordt op Reggae Geel door Adrian Sherwood gemixed. Ware Anthony B niet ‘the hardest working man’ in reggaebusiness, de titel zou naar Ricardo ‘Ziggi’ Blijden gaan. Hij is geboren op Eustatius, Nederlandse Antillen, waar hij zowel reggae, gospel en hip hop opzuigt. Dat komt hem enkele jaren later in Nederland van pas bij het brouwen van zijn muziek, in eerste instantie met Rn’B flirtende dancehall waarmee hij in een bliksemschicht Nederland’s nummer één reggaeartiest wordt. Ten tijde van zijn debuut ‘So Much Reasons’ kaapt hij zowat alle prijzen weg die er te halen zijn. Ziggi wordt zienderogen rijper en pent nu eigentijdse reggae die zich, voor je het goed en wel beseft, in je hoofd nestelt. Dat zijn teksten hout snijden is mooi meegenomen. De Europese reggaescène valt in blok voor zijn charmes en dat is ze bij het prominentste Europese reggaelabel Greensleeves niet ontgaan. Zij brachten zijn tweede elpee ‘In Transit’ uit. Toch altijd een compliment om bij Greensleeves te zitten. Ziggi wordt gebacked door The Renaissance Band. ONESTY zou dat wel eens kunnen doen voor België. Tina Surayeda is pakweg vijf jaar bezig en gaat in eigen tempo beslist op haar doel af. Drie jaar geleden werd ze finaliste in Reggae Geel’s eigen ‘Catch A Mic Contest’. Ondertussen ging ze ondermeer naar Jamaica, waar ze de studio induikt met producer MakaLox. Ze dompelt zichzelf er onder in de authentieke reggaevibe. Haar demo - enkel te koop op concerten en te beluisteren op haar myspace - maakt sprokkelhout van de vooroordelen als zou Europese reggae altijd een beetje duf en oudbollig zijn. Tina heeft het vooral over het leven zoals het is. Vrouw zijnde zingt ze ook veel over relaties en we noemen haar dan ook met of zonder permissie de Belgische Tanya Stephens. ONESTY feat. Blackmann, Makalox & Jamaicaanse Myband. Glen Washington is de ‘Mr. Soul’ van Jamaica. Een laatbloeier wat dat betreft, ook al scoorde hij pakweg dertig jaar geleden een hit met ‘Rockers, Nu Crackers’. Maar na dit succes concentreert hij zich twintig jaar lang op zijn hoofdberoep: drummer. Dat bracht hem zelfs tot in de begeleidingsgroep van Stevie Wonder. De ‘Reggae-massive’ heeft dus lange tijd zijn sensuele geluid moeten missen, maar gelukkig voor de liefhebbers van volwassen melodieën en gloedvolle zang pikte hij zo’n tien jaar geleden de draad weer op. ‘Brother To Brother’, zijn eerste longplayer sinds lang, is meteen raak. Hij staat vol met prachtige songs overheen onverwoestbare studio 1 riddims. ‘Next to You’, waar hij een jaar later mee op de proppen kwam is ook al volgestouwd met singlemateriaal zoals ‘Kindness for Weakness’, en kan als een essentieel album in elke degelijke reggaecollectie beschouwd worden. Glen Washington won een pak prijzen, zoals de ‘Tamika Awards’ (twee maal), maar hij zou ook de prijs van best geklede reggaeartiest moeten krijgen, want Mr. Washington ziet er nooit minder dan onberispelijk uit: ‘Three piece suit and ting’. Lady Saw aka Marion Hall heeft meer eretitels en bijnamen dan iemand kan onthouden: ‘The Queen of the Dancehall’, ‘First Lady of the Dancehall’, ‘Mama Saw’ enz ... Deze matriarch van de dancehall is de heldin van de Jamaicaanse vrouwen. Saw is een witte raaf die de gang van zaken in ‘the dancehall’ op zijn kop zet. Het is zij die de machopraat van haar oververhitte mannelijke collega’s 180 graden omkeert en terug in hun gezicht afvuurt. Ze eist namelijk de proef op de som van de bedbeloften van het mansvolk. Ze doet dat bovendien niet zonder humor of zin voor overdrijving. Ze leeft zich zo goed in, dat ze een tijdlang wordt gebannen van bepaalde festivals in Jamaica. Hierop riposteert ze prompt met: ‘Freedom of Speech’. Rock and Roll Baby! Ze wordt een voorbeeld voor Missy Elliot en Lil Kim en mag wat later een gastrap doen op No Doubts ‘Underneath It All’ - waarmee ze in de prijzen viel op de ‘Grammy Awards’. Shaggy vraagt haar van zijn kant dan weer om zijn ‘It Wasn’t Me’ van een vrouwelijk antwoord te voorzien. ‘Son of a Bitch’ was het resultaat. Maar vergis u niet: Saw is een uitstekend, spitant en veelzijdig artieste die desnoods een potje heartbreaking country zingt – zoals in ‘Give Me the Reason’ - of naadloos rap en zang afwisselt – zoals in de smeekbede en potentiële hymne voor de sistas allerlande: ‘(Oh Lord) Find Me a Good Man’. Lady G wordt bekend met een hilarische sneetje ‘Het Leven Zoals Het Is: Het Huwelijk Op Zijn Jamaicaans’, beter bekend als ‘Round Di Table Talk’. Op deze 7” vecht ze een verbaal robbertje uit met haar echtgenoot, vertolkt door Papa San. Het wordt een monsterhit op Jamaica en er komt zelfs een vervolg op. By the way, G won de ruzie. Na enkele jaren radiostilte, ze moest twee dochters opvoeden, verrast G met de viersterren-cd ‘God Daughter’ voor Fattis Burrel: verrassend rootsy en doorleefd, en misschien dé blauwdruk voor de hedendaagse geëngageerde vrouwelijke reggaerappers. Toen begin jaren negentig de bron op het thuisland wat droog kwam te staan, richtte de aandacht zich op de Engelse rappers zoals Top Cat. Met zijn snelle, rauwe en niets ontziende raps als ‘Push Up Yuh Lighter’, ‘Pirate’ en ‘Love Me Sess’ wordt deze dancehallhooligan razend populair aan deze kant van de oceaan. ‘Fashion Records’ koppelde hem aan zijn Jamaicaanse confrater Poison Chang voor een opgemerkte Clash-elpee. Zelf werpt hij zich ook op het productiewerk met zijn ‘Nine Lives’-label. Een beetje memorabel zijn het van de pot gerukte ‘I Love Sensimilla’ en het funky, op Boombastic geïnspireerde, ‘No Coke Pipe’. Top Cat zou ook een van de meest gevraagde Reggae DJ’s worden voor Jungleparties (de voorloper van Drum & Bass) en we hebben zijn lyrics zelfs ooit op een technobeat gehoord. Top Cat, van alle markten thuis, schreef ook een boek: ‘How to Mc’, waarin hij de knepen van het vak uitlegt. Hij zal dat boek op Reggae Geel komen presenteren, inclusief vragenuurtje. Als ‘lekker’ moet gedefinieerd worden, dan kan dat best aan de hand van ‘Murder She Wrote’, een wereldhit van Chaka Demus & Pliers. Beide heren hadden daarvoor al een bescheiden carrière. Pliers nam met zijn karakteristieke stem op voor Black Scorpio. Chaka Demus rapte schatjes als ‘One Beer, One Bourbon, One Scotch’ en ‘Workie, Workie’ bij elkaar. De combinatie van Chaka’s lichtvoetige en melodieuze toasts en Pliers’ lijzige zangstem blijkt onweerstaanbaar, getuige daarvan ‘Gal Wine’, ‘Murder’ en ‘Tease Me’. Perfect dus als dessert na een wild feestje. Zij verzorgen dan ook, trackshow-gewijs, de ‘Late Nite Show’ in de ‘Bounce Dancehall’. |